Afbreken van onderhandelingen; mag dat zonder schadevergoeding?

Het gebeurt met regelmaat dat een partij gedurende de contractonderhandelingen de stekker eruit wil trekken, bijvoorbeeld omdat de deal toch niet zo voordelig lijkt te zijn als aanvankelijk werd gedacht. Mag een contractspartij – zonder schadeplichtig te zijn – contractonderhandelingen zomaar afbreken? Het Gerechtshof Amsterdam heeft zich hier onlangs over uitgelaten.

Het leerstuk afgebroken onderhandelingen – hoe zit het ook alweer?

Het beginsel van contractsvrijheid staat in het Nederlandse recht ferm voorop. In beginsel mogen onderhandelingen te allen tijden om wat voor reden dan ook worden afgebroken zonder dat de afbrekende partij daardoor schadevergoeding verschuldigd is, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de andere partij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval, onaanvaardbaar zou zijn. Hierbij moet onder andere rekening worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de afbrekende partij en de wijze waarop en mate waarin deze partij tot het ontstaan van het vertrouwen zou hebben bijgedragen. Dit is eerder door de Hoge Raad bepaald (HR CBB/JPO).

Indien het afbreken van onderhandelingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar wordt geacht, dan staat de gedupeerde partij een aantal remedies ter beschikking: 1) schadevergoeding bestaande uit het positief contractbelang (gederfde winst) of het negatief contractbelang (vergoeding van de in de onderhandelingsfase gemaakte kosten en kansschade), en 2) een bevel tot voortzetting van de onderhandelingen tot er een overeenkomst is.

Casus

In onderhavige kwestie ging het over het volgende. Appellante Tinteltuin verzorgt onder meer kinderopvang, buitenschoolse opvang (hierna: BSO) en peuteropvang. De Gemeente heeft op enig moment plannen ontwikkeld om een multifunctionele onderwijsvoorziening (“de Brede School”) te realiseren. In het kader van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting van de Brede School heeft de Gemeente met een aantal mogelijke participanten, waaronder Tinteltuin, interviews gehouden. De participanten hebben in november 2007 een intentieovereenkomst met de Gemeente getekend. Doel van de overeenkomst was het vastleggen van een plan van aanpak en het vastleggen van afspraken om gezamenlijk tot de realisatie van de Brede School te komen. De participanten en de Gemeente hebben zich verenigd in de werkgroep Multifunctionele Accommodatie (“MFA”). De MFA is vervolgens opgesplitst in een Stuurgroep en een Projectgroep. Tinteltuin heeft plaats genomen in de Projectgroep. De Gemeente heeft op 16 februari 2012 ingestemd met de ontwikkeling van de Brede School. De Stuurgroep nam vervolgens het initiatief bij het zoeken naar geïnteresseerde partijen die konden worden aangewezen voor de BSO op de Brede School.

Tinteltuin heeft vervolgens een presentatie gegeven aan de schoolhoofden van de bij de Brede School betrokken basisscholen en een aanbod gedaan voor het verzorgen van de BSO. Dit aanbod is in zoverre aanvaard dat de keuze is gemaakt voor Tinteltuin als aanbieder van de BSO. Dit volgt uit de notulen van 18 januari 2013:“(…) [A] deelt mede dat er een besluit is genomen over de BSO. Het is de TintelTuin geworden. De TintelTuin zal zo spoedig mogelijk uitgenodigd worden om bij de overleggen aan te sluiten en indien mogelijk al op 7 februari bij de architectenselectie. [A] overlegt dit a.s. maandag met de Tinteltuin.(…)”, maar ook uit de notulen van de vergadering van de Stuurgroep 20 januari 2014, waarin is vermeld: “(…) Besproken wordt of het feit dat de schoolbesturen de BSO vorig jaar hebben aanbesteed en hierbij een keuze voor Tinteltuin hebben gemaakt (…).

Tinteltuin nam na de mededeling van 18 januari 2013 telkens deel aan vergaderingen van de Projectgroep en daaraan gerelateerde activiteiten en werd door de Projectdeelnemers blijkens de notulen beschouwd als degene die de BSO ging aanbieden. De deelname van de partijen zou op 22 november 2013 worden vastgelegd in een voorovereenkomst met partijen, waarbij door de Gemeente aan Tinteltuin te kennen is gegeven dat zij niet hoefde mee te tekenen, maar dat haar aanwezigheid wel zeer op prijs werd gesteld. In november 2013 trok één van de partijen – KIDS B.V. – zich terug als aanbieder van kinderopvang op de Brede School. Tinteltuin is toen door de Stuurgroep benaderd om ook een offerte uit te brengen voor de kinderopvang. Dit heeft zij gedaan en in die offerte is door haar verwezen naar de omstandigheid dat de schooldirecteuren reeds definitief hadden gekozen voor Tinteltuin als aanbieder van de BSO. Een maand later bleek dat niet met Tinteltuin, maar met Forte Kinderopvang de verdere voorbereiding zou worden gedaan voor de BSO en in maart 2014 is Tinteltuin gesommeerd van verdere deelname aan de Projectgroep af te zien.

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof oordeelt dat niet alleen moet worden geconcludeerd dat Tinteltuin in een zeer vergevorderd stadium was over de BSO-overeenkomst, maar ook dat Tinteltuin er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat daadwerkelijk een BSO-overeenkomst met haar zou worden gesloten. Het was daarom onaanvaardbaar de onderhandelingen met Tinteltuin af te breken. De Stuurgroep heeft immers zelf door haar handelen op ondubbelzinnige wijze aan Tinteltuin duidelijk gemaakt dat zij de BSO zou gaan verzorgen en Tinteltuin in dat kader betrokken bij alle voorbereidende activiteiten rondom de oprichting van de Brede School. Aan de samenwerking moest weliswaar nog nadere invulling worden gegeven, maar gelet op de wijze waarop partijen zich tot elkaar verhielden en zich naar elkaar hebben gedragen is de gevolgtrekking gerechtvaardigd dat zulks niet meer dan een formaliteit zou zijn en dat er zich in elk geval geen feiten of omstandigheden voordeden die de ondertekening in de weg stonden.

Volgens het gerechtshof is onvoldoende gemotiveerd waarom de uitkomst van het proces rondom het zoeken naar een nieuwe aanbieder voor kinderopvang moest meebrengen dat Tinteltuin, als aanbieder van de BSO, uiteindelijk het veld diende te ruimen. Indien er groot belang werd gehecht aan het in één hand komen van BSO en kinderopvang, had het voor de hand gelegen om ten minste met Tinteltuin over die offerte verder te onderhandelen en/of deze wens met haar te bespreken. In ieder geval had er rekenschap gegeven moeten zijn aan de bijzondere positie die Tinteltuin inmiddels had verworven en het vertrouwen dat bij haar was gewekt dat zij de BSO zou verzorgen.

Aannemelijk is dat Tinteltuin als gevolg van het onrechtmatig afbreken van de onderhandelingen schade heeft geleden. Die schade omvat naast de tevergeefs gemaakte kosten mede de gederfde winst. Het gerechtshof wijst de zaak door naar een schadestaatprocedure, zodat de schade begroot kan worden.

Les voor de praktijk

Deze zaak bevestigt eens en te meer dat het voor partijen die met elkaar in onderhandeling treden van belang is om zich bewust te zijn van hun gedragen en uitlatingen jegens elkaar en het daarmee opgewekte vertrouwen. Situaties als de onderhavige kunnen voorkomen worden, denk hierbij aan het opnemen van voorbehouden (bijvoorbeeld goedkeuring raad van bestuur) in de intentieovereenkomst. Het afbreken van onderhandelingen in een vergevorderd stadium – zonder goede afspraken – kan partijen anders duur komen te staan.