Handhaving van het concurrentiebeding: heeft de werknemer recht op een vergoeding?

In een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer kan een concurrentiebeding overeengekomen worden. Hierdoor zal het de werknemer niet altijd vrij staan om na het eindigen van de arbeidsovereenkomst bij een concurrent te werken. Voor de vraag of een werknemer zich aan het beding moet houden, wordt onder andere gekeken naar de belangen van beide partijen. Uit de wet volgt ook dat de werknemer onder bepaalde omstandigheden een vergoeding kan krijgen voor het financiële nadeel dat hij ondervindt.

Van deze mogelijkheid wordt niet vaak gebruik gemaakt. In een recente uitspraak van het Hof Amsterdam wordt aan de werknemer wel een vergoeding toegekend voor de periode die hij is gebonden aan het concurrentiebeding tussen hem en zijn oud werkgever. Aan de hand van de uitspraak wordt duidelijk welke belangen bij toekenning van deze vergoeding een rol kunnen spelen.

Rechter oordeelt dat concurrentiebeding kan worden gehandhaafd

In bovengenoemd geval gaat het om een DJ die na drie jaar zijn arbeidsovereenkomst met de werkgever (een restaurant) opzegt. Vervolgens besluit hij als DJ te gaan optreden bij de directe concurrent. Dit is ook een restaurant en is in dezelfde straat gevestigd. Volgens de werkgever mag de DJ hier niet werken, omdat hij zich moet houden aan het concurrentiebeding. De werkgever stelt hier een groot belang bij te hebben, omdat de DJ de trekpleister was voor zijn publiek. Door het vertrek van de DJ zal de werkgever een andere manier moeten vinden om zijn publiek te blijven trekken. Dit wordt nog lastiger als de DJ vervolgens optreedt bij de directe concurrent, die zelfs in dezelfde straat gevestigd is. Het Hof is het met de werkgever eens en oordeelt dat de DJ zich aan het concurrentiebeding moet houden. Hij mag voorlopig zijn muziek niet meer bij de directe concurrent draaien.

Werknemer heeft recht op een maandelijkse vergoeding door het concurrentiebeding

Het Hof kijkt daarnaast naar de belangen van de werknemer en oordeelt dat hij recht heeft op een vergoeding. Dit op basis van artikel 7:653 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek. Door handhaving van het concurrentiebeding kan hij namelijk nog maar beperkt optreden als DJ en kan hij per maand veel minder verdienen dan voorheen. De DJ is voor zijn levensonderhoud aangewezen op de inkomsten uit deze werkzaamheden. Daarbij is het ook relevant dat het voor de werkgever juist van groot financieel belang dat de DJ zich aan het concurrentiebeding houdt. Daarom vindt het Hof het redelijk dat de werkgever aan de DJ een bedrag van EUR 450,– bruto per maand betaald voor de periode dat het concurrentiebeding nog zal gelden.

Conclusie

Uit de uitspraak blijkt dat het concurrentiebeding werd gehandhaafd, omdat de belangen van de werkgever in dit geval groter waren dan die van de DJ. Ook komt naar voren dat de belangen van beide partijen een duidelijke rol spelen bij de vraag of werknemer recht heeft op een billijke vergoeding. Het grote financiële belang dat de werkgever heeft bij de handhaving van het concurrentiebeding kan, in combinatie met de verminderde inkomsten van de werknemer, een reden zijn om de werknemer een vergoeding toe te kennen.

Vragen aan onze advocaten arbeidsrecht?

Heeft u vragen over het concurrentiebeding of andere arbeidsrechtelijke kwesties? Neem dan contact op met onze specialisten arbeidsrecht.