Omzetprognoses in franchiseland: nog steeds geen precontractuele informatieplicht

Voor potentiële franchisenemers is het een belangrijk gegeven: de omzetprognose. Het geeft immers een inschatting van de succeskansen van een franchiseformule. In veel gevallen leiden omzetprognoses echter tot discussie tussen franchisenemer en franchisegever als deze niet worden gehaald. Een franchisegever is echter niet verplicht om een omzetprognose te verstrekken aan een aspirant-franchisenemer. Dit is nogmaals bevestigd door de Hoge Raad in haar arrest van 21 september jl.

Kern van de discussie

De discussie ging over de omzet van een franchisenemer die terugliep nadat zijn C1000 supermarkt werd overgezet naar een Albert Heijn winkelformule. Voordat de franchiserelatie werd aangegaan heeft Albert Heijn onderzoek gedaan naar het omzetpotentieel van franchisenemer. Het onderzoek werd in zes fasen uitgevoerd en in elke fase werd een omzetprognose opgesteld. De laatste twee fasen van het onderzoek hielden rekening met de omzet die franchisenemer behaalde onder de C1000 vlag. Franchisenemer heeft vervolgens de omzetprognoses ontvangen die in de laatste fase is opgesteld door Albert Heijn.

De door Albert Heijn geprognotiseerde omzet werd vervolgens niet gehaald. Franchisenemer stelt Albert Heijn hiervoor aansprakelijk en stelt dat de afgegeven prognose ondeugdelijk is en dat hij onvoldoende is voorgelicht over de te verwachten omzet. In eerste aanleg wees de rechtbank de vordering van franchisenemer toe. Het hof ging hier echter niet in mee en oordeelde – kort samengevat – dat op Albert Heijn niet de verplichting rust om in de precontractuele fase omzetprognoses aan franchisenemer te verstrekken. Volgens het hof waren de prognoses bovendien wel degelijk zorgvuldig tot stond gekomen.

Franchisenemer is vervolgens in cassatie gekomen. De franchisenemer beroept zich daarbij op de Europese Erecode inzake Franchising en stelt dat het hof heeft miskend dat op franchisegever de precontractuele verplichting rust om alle informatie en gegevens te verstrekken die franchisenemer nodig heeft om te kunnen beslissen. De prognoses uit de eerste fasen hadden volgens franchisenemer verschaft moet worden.

De Hoge Raad gaat hier niet in mee en oordeelt dat de in de Europese Erecode opgenomen afspraken niet zonder meer kunnen worden aangemerkt als de “in Nederland levende rechtsovertuiging”. Ook bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid geen algemene regel voortvloeit dat een franchisegever een franchisenemer moet inlichten over de te verwachten omzet of winst. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen een dergelijke verplichting wel teweeg brengen. Uit de enkele omstandigheid dat de franchisegever bij de onderhandelingen voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst een rapport over de verwachten omzet verschaft, kan niet worden afgeleid dat op franchisegever een daartoe strekkende verplichting rust.

Omzetprognoses en aansprakelijkheid

De Hoge Raad overweegt vervolgens dat een franchisegever onder omstandigheden wel onrechtmatig kan handelen als – ook al bestaat daar geen verplichting toe – een omzetprognose wordt verstrekt. De Hoge Raad bevestigt hier nogmaals de regels uit haar eerdere arresten inzake het verstrekken van omzetprognoses en aansprakelijk:

  • Verstrekt een franchisegever een omzetprognose die is opgesteld door een derde, dan rust op hem een zorgvuldigheidsplicht en is hij mogelijk aansprakelijk, indien hij weet dat dit rapport ernstige fouten bevat en hij zijn franchisenemer niet op deze fouten opmerkzaam maakt (HR Paalman / Lampenier);
  • Er is sprake van een verruiming van aansprakelijkheid als een franchisegever zelf een omzetprognose opstelt en verstrekt aan franchisenemer. Dan is franchisegever aansprakelijk indien de omzetprognose fouten bevat, zonder dat franchisegever weet dat het rapport fouten bevat. Namelijk indien onzorgvuldigheid van franchisegever heeft geleid tot fouten in het rapport. Met andere woorden, in dit geval lijkt het niet alleen te gaan om fouten die de franchisegever wist maar ook die hij behoorde te weten (HR Eiser / Street-One).

Volgens de Hoge Raad waren de lange termijn prognoses in onderhavige kwestie zorgvuldig tot stand gekomen en niet ondeugdelijk.

Conclusie

Op de franchisegever rust dus (nog steeds) geen precontractuele verplichting om omzetprognoses te verstrekken aan potentiele franchisenemers. Wellicht dat dit anders wordt met de nieuwe franchise wetgeving op komst. Staatssecretaris M. Keijzer heeft aangegeven dit najaar met een nieuw wetsvoorstel te komen. De tijd zal het leren.

Meer weten?

Neem gerust vrijblijvend contact op met onze advocaat commerciële contracten Roxanne Hofman.