Voortaan minder informatie van opdrachtgever bij toepasselijkheid UAV-GC 2005?

Een opdrachtgever is verantwoordelijk voor de informatie die wordt verstrekt aan een (potentiële) opdrachtnemer en is aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit fouten in die informatie. Dit blijft in beginsel ook gelden als de opdracht na de informatieverstrekking is aanvaard door de opdrachtnemer. Dit volgt uit een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage voor de bouw.

Uitspraak over UAV-GC 2005

De Raad van Arbitrage voor de bouw (RvA 16 februari 2018, nr. 35.734) deed uitspraak in een geschil over een overeenkomst waarop de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contracten (UAV-GC 2005) van toepassing zijn. In het geschil speelt de kwaliteit van door opdrachtgever verstrekte informatie een centrale rol. Kern van de uitspraak is dat volgens de arbiters bij aanbesteding van een opdracht de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de door opdrachtgever verstrekte informatie niet overgaat op de opdrachtnemer bij acceptatie van de opdracht. In deze bijdrage wordt de uitspraak besproken en wordt een mogelijk gevolg van deze uitspraak geschetst. Eerst wordt kort uiteengezet hoe informatieverstrekking is geregeld in de UAV-GC 2005.

Hoe is informatieverstrekking in de UAV-GC 2005 geregeld?

Uitgangspunt is volgens paragraaf 3 lid 1 onder a UAV-GC 2005 dat de opdrachtgever alle beschikbare informatie die noodzakelijk is voor de realisatie van het werk en eventueel meerjarig onderhoud moet verstrekken aan de opdrachtnemer. Binnen die kaders laten de UAV-GC 2005 toe dat de opdrachtgever kiest voor het verstrekken van relatief summiere informatieverstrekking, bijvoorbeeld in de vorm van een programma van eisen, wat betekent dat de opdrachtnemer een behoorlijke ontwerptaak meekrijgt. Maar het kan net zo goed gaan om verstrekking van een definitief ontwerp (DO) dat alleen nog maar door de opdrachtnemer hoeft worden uitgewerkt in een uitvoeringsontwerp (UO).

Voor welke mate van informatieverstrekking ook wordt gekozen, uitgangspunt is dat de opdrachtgever instaat voor de juistheid ervan en daarvoor ook verantwoordelijk is. Een en ander is geregeld in paragraaf 3 lid 2 van de UAV-GC 2005. Daarbij zij opgemerkt dat de opdrachtnemer een plicht heeft om te waarschuwen voor ‘klaarblijkelijke’ onjuistheden in verstrekte informatie, zo stelt paragraaf 4 lid 7 UAV-GC 2005. Doet opdrachtnemer dat niet dan handelt hij in strijd met redelijkheid en billijkheid.

Bespreking van de uitspraak

Het geschil waarover de uitspraak van 16 februari 2018 gaat, vloeit voort uit een geïntegreerd contract voor het deels restaureren en het deels uitbreiden van een monument dat in eigendom is van een provincie (opdrachtgever). Voor dit project heeft de provincie een Europese niet-openbare aanbesteding uitgeschreven. De aannemer (opdrachtnemer) die een inschrijving deed voor de som van ruim € 4,6 miljoen en de aanbesteding met die inschrijving won heeft van opdrachtgever ten tijde van de aanbestedingsprocedure een definitief ontwerp (DO) meegekregen. Tamelijk uitgebreide informatieverstrekking door opdrachtgever dus, die de aannemer alleen nog hoefde uit te werken in een uitvoeringsontwerp (UO).

Tijdens het opstellen van het UO ging het echter mis: er bleken allerlei onderdelen van het door opdrachtgever opgestelde DO te moeten worden gewijzigd. Kosten? Ten minste € 2,3 mln. bovenop het inschrijfbedrag van €4,6 mln. Twistpunt is natuurlijk wie deze kosten zal moeten dragen.

Opdrachtgever stelt dat opdrachtnemer de verantwoordelijkheid voor de aan de noodzakelijke wijziging ten grondslag liggende tekortkomingen overneemt bij de aanbesteding van de opdracht. Feitelijk betoogt de opdrachtgever hiermee dat de verantwoordelijkheid die hij ingevolge paragraaf 3 lid 2 UAV-GC 2005 heeft voor de door hem verstrekte informatie reikt tot aan het moment dat opdrachtnemer de opdracht gegund krijgt c.q. accepteert. Onjuist, stelt opdrachtnemer: dat de aannemer het risico voor het door opdrachtgever verstrekte ontwerp overneemt is in strijd met de uitgangspunten van de UAV-GC 2005.

De arbiters oordelen dat de opdrachtnemer gelijk heeft: voor verstrekte informatie is opdrachtgever verantwoordelijk en voor schade die voortvloeit uit fouten in die informatie is hij aansprakelijk. De enige ruimte voor het overgaan van verantwoordelijkheid op opdrachtnemer in dit kader is als de fouten zo duidelijk zijn terwijl de opdrachtnemer daarvoor niet heeft gewaarschuwd. In dat geval wordt opdrachtnemer aansprakelijk geacht voor schade die voortvloeit uit de fouten. Arbiters houden al met al strikt de lijn van de UAV-GC 2005 aan en willen dus niet meegaan in de overname van risico voor de inhoud van door de opdrachtgever verstrekte informatie op de opdrachtnemer bij aanbesteding van de opdracht.

Voor de praktijk is verder interessant om te benoemen dat de arbiters niet overtuigd zijn van het argument dat opdrachtnemer (enige) aansprakelijkheid draagt voor schade door fouten in verstrekte informatie, omdat opdrachtnemer, in tegenstelling tot andere contractvormen, een verdergaande, actiever plicht zou hebben tot onderzoeken van verstrekte informatie bij geïntegreerde contracten. Dit idee wordt gewekt door de tekst in de toelichting bij de UAV-GC 2005, maar arbiters benadrukken dat deze geen status heeft.

Terloops stippen arbiters ook nog een ander punt aan dat weliswaar niet direct raakt aan het thema van deze bijdrage maar desondanks de moeite van het vermelden waard is: een al te bemoeizuchtige opdrachtgever tijdens de uitvoering van geïntegreerde contracten loopt het risico dat de opdrachtnemer niet langer ongeclausuleerd verantwoordelijk is voor het eindresultaat. Opdrachtgevers, wees dus gewaarschuwd!

Mogelijk gevolg van de uitspraak

Een opdrachtgever zal als gevolg van deze uitspraak van de RvA voortaan wellicht wel twee keer nadenken of hij veel informatie verstrekt aan opdrachtnemer in de vorm van een gedetailleerd ontwerp, bang als hij is om aansprakelijk te worden gehouden voor door hem verstrekte informatie. Aan de andere kant zal een opdrachtgever die zeker wil zijn dat hij krijgt wat hij wil zich niet laten weerhouden om heel gedetailleerde opdrachten uit te geven. Wel zal hij zich met deze uitspraak van de RvA in het achterhoofd mogelijk nog eens goed concentreren op de kwaliteit van de uitvraag.