Dropshipping is inmiddels een bekend verdienmodel voor webshops. De verkoper houdt zelf geen voorraad aan. Zodra een klant een product bestelt, wordt de bestelling doorgezet naar een leverancier die het product rechtstreeks aan de klant verzendt. Deze leverancier is vaak buiten de Europese Unie gevestigd.
Voor de dropshipper zelf is dit erg praktisch, maar hoe zit het met de aansprakelijkheid voor mogelijke inbreuken op het intellectuele eigendomsrecht van iemand anders? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de leverancier geen originele producten levert, maar namaakproducten? Of als de vormgeving van een beschermd product vrijwel volledig wordt overgenomen? Ook de dropshipper heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid en kan zich bij een inbreuk niet zonder meer achter zijn leverancier verschuilen.
Merkenrecht: ook aanbieden kan al inbreuk zijn
Wanneer een product zonder toestemming is voorzien van het merk van een ander, kan sprake zijn van merkinbreuk.
Van belang voor dropshipping is dat inbreuk niet pas ontstaat wanneer de verkoper het product zelf produceert of fysiek op voorraad heeft. Ook onder meer het aanbieden, in de handel brengen, invoeren en het gebruik van een merk in advertenties kunnen merkenrechtelijk relevante handelingen zijn.
Een webshop die een namaakproduct onder een beschermd merk aan consumenten aanbiedt, kan dus zelf ook inbreuk maken. Dat de feitelijke verzending vervolgens wordt uitgevoerd door een leverancier in bijvoorbeeld China, maakt dat niet anders. Verschuilen achter een leverancier is niet mogelijk.
Ook het modelrecht speelt een rol
Bij namaak gaat het bovendien niet alleen om het merk op een product. Ook de vormgeving kan beschermd zijn, bijvoorbeeld door het auteursrecht of het modelrecht.
Een geregistreerd model geeft de houder het recht om onder meer het maken, aanbieden, in de handel brengen en invoeren van producten waarin het model is verwerkt te verbieden. Ook voor het modelrecht geldt dus dat een dropshipper het product niet zelf hoeft te produceren of op voorraad hoeft te hebben om met een inbreukvordering te kunnen worden geconfronteerd.
Recente rechtszaak over dropshipping van namaakproducten
Dropshipping speelde recent een rol in procedures over de Wick-tafellamp van Graypants. In een recent vonnis van rechtbank Den Haag van 20 april 2026 ging het om een webshop die volgens een dropshippingmodel werd geëxploiteerd en lampen aanbood die volgens Graypants inbreuk maakten op haar model- en auteursrechten. Graypants had daarom beslag laten leggen op tegoeden van de webshop-exploitant bij diens bank. De dropshipper was het daar niet mee eens en wendde zich tot rechtbank Den Haag. De rechtbank zag echter geen aanleiding dat beslag op te heffen. Daar lag onder andere aan ten grondslag dat er in het geding vanuit werd gegaan dat op de website namaakproducten waren aangeboden die inbreuk maken op de model- en auteursrechten van Graypants. Er bleek dus geen ondeugdelijkheid van de inbreukvordering waardoor Graypants beslag heeft gelegd.[1]
Deze zaak laat onder meer zien dat het niet voldoende is om uitsluitend te beoordelen of een merk wordt gebruikt. Ook de vormgeving van het product zelf kan beschermd zijn.
Meerdere IE-rechten op 1 product
Bij namaak kunnen verschillende intellectuele eigendomsrechten, zoals ook in bovengenoemde zaak aangehaald, bovendien naast elkaar bestaan.
Denk bijvoorbeeld aan een designlamp waarvan zowel de merknaam als de uiterlijke vormgeving worden gekopieerd. Een dergelijk product kan daardoor niet alleen merkenrechtelijk, maar ook modelrechtelijk en mogelijk ook auteursrechtelijk beschermd zijn.
Voor dropshippers betekent dit dat niet alleen moet worden nagegaan of een product met toestemming van de merk-rechthebbende wordt verhandeld, maar ook of de vormgeving ervan geen inbreuk maakt op diens rechten.
Veelgehoorde verweren
Een veelgehoord verweer is dat de dropshipper niet wist dat de leverancier namaak leverde, of dat een product inbreuk maakte op een beschermd model.
Dat voorkomt echter niet dat sprake is van inbreuk. Centraal staat welke producten worden aangeboden en welke handelingen de verkoper zelf verricht.
Juist daarom ligt er voor dropshippers een verantwoordelijkheid om hun leveranciers en producten vooraf te controleren. Een mededeling van een leverancier dat een product ‘origineel’, ‘merkloos’ of ‘vrij van octrooirechten’ zou zijn, biedt op zichzelf weinig zekerheid. Het gaat in de praktijk dan ook nog erg vaak mis.
Ook originele producten zijn niet altijd vrij te verhandelen
Zelfs wanneer een product afkomstig is van de merkhouder, kunnen merkenrechtelijke problemen ontstaan.
Het merkenrecht kent namelijk geen wereldwijde uitputting. Dat betekent dat een merkhouder zich in beginsel kan verzetten tegen de verkoop van originele producten die buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in de handel zijn gebracht en vervolgens zonder toestemming aan consumenten in de EER worden ingevoerd en verkocht. Onderzoek naar de herkomst van producten blijft dus altijd van belang.
Verantwoordelijkheid voor de dropshipper
Dropshipping verandert dus vooral de logistieke keten. Het verandert niet zonder meer de juridische verantwoordelijkheid van degene die het product aanbiedt.
Wie via zijn webshop namaakproducten onder een beschermd merk aanbiedt, kan zelf merkinbreuk maken. Wie producten aanbiedt die inbreuk maken op beschermde vormgeving, kan daarnaast met het modelrecht of het auteursrecht worden geconfronteerd.
Kortom, ook wanneer de voorraad bij een derde ligt, blijft de dropshipper verantwoordelijk voor de risico’s van de aangeboden producten met betrekking tot de IE-rechten.
Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u hier meer over weten? Neem gerust contact op met onze IE-afdeling via ie@clairfort.nl.
[1] Rb. Den Haag 20 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9742.




Neem contact op