RAAD VAN ARBITRAGE ONBEVOEGD OMDAT AANNEMER GEEN REDELIJKE MOGELIJKHEID IS GEBODEN OM VAN DE UAV 2012 KENNIS TE NEMEN
(RvA 8 augustus 2025, nr. 37.964) – DEEL II
Hoe zit het ook alweer met algemene voorwaarden?
Inleiding
In een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage in Bouwgeschillen (RvA) heeft het scheidsgerecht geoordeeld dat hij onbevoegd is om kennis te nemen van het geschil tussen een opdrachtgever en aannemer. Het scheidsgerecht oordeelde dat de opdrachtgever aan de aannemer niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (UAV 2012) kennis te nemen. De aannemer werd ook niet geacht bekend te zijn met de UAV 2012.
In deel I van dit blog besprak ik de overwegingen van het scheidsgerecht en concludeerde ik dat opdrachtgevers er niet zonder meer vanuit kunnen gaan dat aannemers bekend zijn met de UAV 2012. Ik wees ook op het feit dat de adviseursvoorwaarden van de DNR algemene voorwaarden zijn.
In deel II van dit blog zet ik nog eens kort op een rijtje hoe het zit met het van toepassing verklaren van algemene voorwaarden en de mogelijkheden tot vernietiging van overeengekomen algemene voorwaarden. Ik verwijs naar een tamelijk recente uitspraak van de RvA in hoger beroep (RvA 22 mei 2025, nr. 72.333) waarin appèlarbiters de algemene voorwaarden van een onderaannemer van toepassing achten, nadat arbiters in eerste aanleg hadden geoordeeld dat noch de algemene voorwaarden van onderaannemer noch de algemene voorwaarden van hoofdaannemer van toepassing waren (RvA 25 oktober 2023, nr. 37.433).
Zijn de algemene voorwaarden overeengekomen?
Ten eerste is van belang of algemene voorwaarden wel zijn overeengekomen. Deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van de bepalingen over aanbod en aanvaarding (6:217 e.v. BW) en de totstandkoming van rechtshandelingen in het algemeen (3:33 e.v. BW). De meest duidelijke situatie is uiteraard dat de algemene voorwaarden van één partij in een contract van toepassing zijn verklaard en beide partijen het contract hebben ondertekend.
Maar er zijn veel situaties die minder duidelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een aannemer in een offerte zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaart en daarna de opdrachtgever een opdrachtbevestiging stuurt waarin hij de offerte van de opdrachtgever accepteert, maar daarin ook vermeldt dat zijn eigen algemene voorwaarden van toepassing zijn. In dat geval gaan de algemene voorwaarden van de aannemer voor omdat hij die als eerste van toepassing had verklaard. Had de opdrachtgever dat anders gewild, dan had hij in zijn opdrachtbevestiging uitdrukkelijk de algemene voorwaarden van de aannemer moeten afwijzen. De opdrachtgever kan in dat geval dus geen beroep doen op zijn algemene voorwaarden.
Er is veel rechtspraak over dit soort onduidelijke situaties waarbij meerdere sets van algemene voorwaarden van toepassing (lijken te) zijn verklaard of juist van de hand (lijken te) zijn gewezen.
In een zaak waarover de RvA op 25 oktober 2023 oordeelde (RvA 25 oktober 2023, nr. 37.433) beriepen een hoofdaannemer en een onderaannemer zich ieder op eigen algemene voorwaarden. Het scheidsgerecht kwam tot de conclusie dat noch de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer van toepassing zijn, noch die van de onderaannemer. Het stond vast dat de onderaannemer als eerste in zijn offerte naar zijn algemene voorwaarden had verwezen. Het scheidsgerecht stelde vervolgens vast dat de hoofdaannemer bij een inkoopgesprek die algemene voorwaarden van de onderaannemer van de hand had gewezen. Dat bleek volgens het scheidsgerecht uit een handgeschreven aantekening die de hoofdaannemer had gemaakt op de offerte van de onderaannemer. In zijn daaropvolgende opdrachtbevestiging had de onderaannemer inkoopafspraken verwerkt en niets vermeld over toepasselijke algemene voorwaarden. De onderaannemer is vervolgens op basis van deze opdrachtbevestiging aan het werk gegaan. Enige tijd later heeft de hoofdaannemer een contract opgesteld waarin hij opdracht geeft aan de onderaannemer voor het werk waarmee de onderaannemer dus al aan de slag is gegaan. De hoofdaannemer heeft in dat contract een bepaling opgenomen met de strekking dat de wederpartij de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer aanvaardt indien hij aanvangt met de werkzaamheden. De onderaannemer ondertekent dat contract niet en zet zijn werkzaamheden voort. Enige tijd later krijgen partijen een geschil. Het scheidsgerecht oordeelt dat ook de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer niet van toepassing zijn omdat de onderaannemer al was gestart met de werkzaamheden op basis van de opdrachtbevestiging voordat de hoofdaannemer het contract opstelde.
In hoger beroep moesten appèlarbiters (opnieuw) oordelen over de vraag welke algemene voorwaarden van toepassing waren. Zij kwamen tot een ander oordeel. De uitspraak in hoger beroep dateert van 22 mei 2025 (RvA 22 mei 2025, nr. 72.333). In hoger beroep oordelen appèlarbiters dat de algemene voorwaarden van de onderaannemer wel van toepassing zijn. Appèlarbiters oordelen dat de hoofdaannemer de algemene voorwaarden van de onderaannemer niet van de hand heeft gewezen. De onderaannemer betwistte dat de hoofdaannemer dit had gezegd tijdens het inkoopgesprek en de onderaannemer betwistte bovendien dat hij de offerte met daarop de handgeschreven aantekening had ontvangen van de hoofdaannemer. Volgens appèlarbiters had de hoofdaannemer niet bewezen dat hij de offerte met de handgeschreven aantekening had overhandigd aan de onderaannemer. De onderaannemer kon zich vervolgens met succes beroepen op een aansprakelijkheidsbeperking in zijn algemene voorwaarden.
Deze uitspraken tonen wel aan dat je als contractpartij heel goed dient op te letten of jouw algemene voorwaarden van toepassing zijn en niet zijn afgewezen door de wederpartij.
Voor de vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn, is het overigens op zich niet relevant of de andere partij bij de overeenkomst de van toepassing verklaarde algemene voorwaarden kent. Het onbekend zijn met van toepassing verklaarde algemene voorwaarden kan echter wel een reden zijn voor vernietiging van een beding in de algemene voorwaarden, zoals het geval was in de hierboven genoemde zaak van de RvA (RvA 8 augustus 2025, nr. 37.964).
Is sprake van een algemene voorwaarde?
Ten tweede is van belang of wel sprake is van een algemene voorwaarde. Als geen sprake is van een algemene voorwaarde dan is de afdeling in het Burgerlijk Wetboek die gaat over algemene voorwaarden niet van toepassing en kan bijvoorbeeld geen beroep worden gedaan op de vernietiging van het desbetreffende beding dat geen algemene voorwaarde is.
Algemene voorwaarden zijn een of meer bedingen die zijn opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven (6:231 sub a BW). De UAV 2012 zijn bijvoorbeeld algemene voorwaarden die zijn opgesteld om bij aannemingsovereenkomsten te worden toegepast. In de UAV 2012 staan geen kernprestaties, zoals bijvoorbeeld wat de aannemer moet bouwen of wat de aanneemsom is die de opdrachtgever moet betalen.
Is een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar?
Ten derde is van belang of een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is. De eerste grondslag voor vernietiging is het geval dat het beding onredelijk bezwarend is voor een partij. In artikel 6:236 BW staat een lijst van bedingen die onredelijk bezwarend zijn voor een consument (de zogenoemde “zwarte lijst”). In artikel 6:237 BW staat een lijst van bedingen die worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn voor een consument (de zogenoemde “grijze lijst”). Bedingen die niet op de “zwarte lijst” of op de “grijze lijst” staan kunnen onder omstandigheden toch onredelijk bezwarend zijn.
Hoewel niet-consumenten geen rechtstreeks beroep kunnen doen op de “zwarte lijst” en de “grijze lijst”, zijn die lijsten ook van betekenis voor kleine bedrijven. Kleine bedrijven kunnen zich namelijk ook op het standpunt stellen dat een beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Dat zal eerder worden aangenomen als het beding op de “zwarte lijst” of de “grijze lijst” staat. Van deze lijsten gaat namelijk zogenoemde reflexwerking uit.
Grote bedrijven die een jaarrekening moeten publiceren of meer dan 50 mensen in dienst hebben kunnen zich niet beroepen op de vernietiging van een beding in algemene voorwaarden (6:235 BW). Zij kunnen zich er dus niet op beroepen dat een beding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Dat kunnen alleen consumenten en kleine ondernemingen (die geen jaarrekening publiceren en niet meer dan 50 mensen in dienst hebben).
Grote bedrijven kunnen zich ook niet op de tweede grondslag voor vernietiging beroepen. Die tweede grondslag is het geval dat de gebruiker van de algemene voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (6:233 BW). De kleine aannemer in de hierboven genoemde zaak van de RvA (RvA 8 augustus 2025, nr. 37.964) deed hier een succesvol beroep op. De UAV 2012 waren de aannemer namelijk niet ter hand gesteld. Ze zaten niet als bijlage bij de aannemingsovereenkomst en waren hem ook niet toegestuurd.
Terhandstelling kan bijvoorbeeld door de algemene voorwaarden als bijlage bij het contract te voegen of bijvoorbeeld door toezending per e-mail van een pdf-bestand van de algemene voorwaarden. Uitsluitend een verwijzing naar algemene voorwaarden op een website is over het algemeen niet voldoende. Voor dienstverrichters zoals bijvoorbeeld accountants gelden wel uitzonderingen. Voor een gebruiker van algemene voorwaarden is het het meest veilig om algemene voorwaarden als bijlage bij het contract te voegen.
Geen terhandstelling, maar toch bekendheid met de algemene voorwaarden?
Indien geen redelijke mogelijkheid is geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, kan het onder omstandigheden toch zo zijn dat deze niet kunnen worden vernietigd. Uit de rechtspraak volgt dat een partij niet de vernietiging van algemene voorwaarden kan inroepen (ook als deze niet aan hem ter hand zijn gesteld) indien hij bekend is met de algemene voorwaarden of moet worden geacht daarmee bekend te zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien partijen regelmatig met elkaar contracteren en daarbij steeds dezelfde algemene voorwaarden van toepassing verklaren, maar deze niet steeds opnieuw ter hand stellen. Als deze algemene voorwaarden bij het eerste contract wel ter hand zijn gesteld (bijvoorbeeld als bijlage bij het contract) dan worden deze bij volgende contracten tussen deze partijen bekend verondersteld. Een ander voorbeeld is dat algemene voorwaarden niet aan een partij ter hand zijn gesteld, maar deze partij zelf in andere contracten dezelfde algemene voorwaarden hanteert.
Ook om andere redenen kan het zo zijn dat een partij moet worden geacht bekend te zijn met bepaalde algemene voorwaarden die hem niet ter hand zijn gesteld. In de hierboven genoemde uitspraak van de RvA (RvA 8 augustus 2025, nr. 37.964) betoogde de opdrachtgever dat de aannemer toch bekend moet worden geacht met de UAV 2012. Immers dat zijn standaard voorwaarden in de bouwwereld. Bovendien was de aannemer lid van BouwGarant. Toch oordeelde de RvA anders omdat het om een kleine aannemer ging die met zijn eenmanszaak alleen relatief kleine opdrachten uitvoerde voor particulieren waarbij hij geen gebruik maakte van de UAV 2012. De RvA zou vermoedelijk anders hebben geoordeeld als sprake was van een wat groter bouwbedrijf die grotere opdrachten uitvoert voor zakelijke opdrachtgevers. Zeker als de opdrachtgever kan aantonen dat de bouwer eerder aannemingsovereenkomsten sloot met toepassing van de UAV 2012.
Het heeft natuurlijk de voorkeur om dit soort geschillen te voorkomen. Wees dus zorgvuldig bij het sluiten van overeenkomsten en het van toepassing verklaren en ter hand stellen van algemene voorwaarden. Ook bij partijen waarvan je op het eerste gezicht zou vermoeden dat ze wel bekend zijn met de toe te passen algemene voorwaarden.
Vragen?
Heeft u vragen over algemene voorwaarden in de bouw? Neem gerust contact op met onze Bouw & Vastgoed advocaten.




Neem contact op