Door een tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet, ook wel netcongestie genoemd, kunnen nieuwbouwprojecten niet altijd tijdig worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Ook andere omstandigheden, zoals vertraging bij de aanleg van benodigde infrastructuur, de levering van een trafostation of het verkrijgen van de relevante vergunningen door de netbeheerder, kunnen de realisatie van een netaansluiting en daarmee de oplevering van een bouwproject vertragen. De vraag is vervolgens voor wiens rekening en risico deze vertraging in de verhouding tussen de opdrachtgever en de aannemer komt. Netcongestie raakt niet alleen de planning en uitvoering van bouwprojecten, maar kan ook al bij de gronduitgifte een relevante rol spelen. In ons eerdere blog over Didam en gronduitgifte gingen wij in op de aandachtspunten bij de uitgifte van bouwgrond. De beschikbaarheid van een tijdige netaansluiting is daarbij een praktisch en juridisch belangrijk vervolgthema.
De Raad van Arbitrage in bouwgeschillen heeft zich in het recente vonnis in hoger beroep tussen een opdrachtgever en een aannemer uitgesproken over de vraag voor wiens rekening en risico vertraging bij de realisatie van een netaansluiting komt.
De zaak
De opdrachtgever en de aannemer hebben een aannemingsovereenkomst gesloten waarop de Uniforme Administratieve Voorwaarden versie 2012 (UAV 2012) van toepassing zijn verklaard. Dit zijn algemene voorwaarden die in de bouw veelvuldig worden toegepast. Op grond van de aannemingsovereenkomst had de aannemer de verplichting een bedrijfsunit binnen 200 werkbare werkdagen na aanvang van de bouw op te leveren. De bedrijfsunit diende inclusief elektriciteitsaansluiting te worden opgeleverd.
Op basis van de toepasselijke UAV 2012 kon de opdrachtgever een korting van € 60 op de aannemingssom opleggen voor iedere werkdag dat de overeengekomen opleveringstermijn werd overschreden.
De oplevering van de bedrijfsunit werd vertraagd doordat de vereiste aansluiting op het elektriciteitsnet niet tijdig tot stand kwam. De bedrijfsunit werd uiteindelijk 141 werkbare werkdagen te laat opgeleverd. De opdrachtgever maakte daarom aanspraak op een korting op de aannemingssom van € 8.460. De aannemer stelde zich op het standpunt dat hij de aansluiting tijdig had aangevraagd en stelde dat de vertraging werd veroorzaakt door omstandigheden aan de zijde van de netbeheerder, waaronder netcongestie, de vertraagde levering van een trafostation en het ontbreken van de benodigde vergunningen. Hij meende dat de vertraging niet voor zijn rekening en risico kon komen en beriep zich primair op overmacht wegens de vertraagde realisatie van de elektriciteitsaansluiting. Subsidiair stelde hij dat de vertraging hem recht gaf op bouwtijdverlenging. Op grond van § 8 lid 5 UAV 2012 kan een aannemer onder meer aanspraak maken op bouwtijdverlenging indien oplevering binnen de overeengekomen termijn wegens overmacht redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. Daarnaast beriep de aannemer zich op matiging van de korting op de aannemingssom.
Geen geslaagd beroep op overmacht
Het beroep van de aannemer op overmacht, en daarmee op bouwtijdverlenging, slaagde niet. De Raad van Arbitrage oordeelde dat een beroep op overmacht in een situatie als de onderhavige alleen kan slagen wanneer de oorzaak van de vertraging op grond van de wet, de overeenkomst of de verkeersopvattingen niet voor rekening van de aannemer komt. Volgens de arbiters was daarvan in dit geval geen sprake. Al vóór het sluiten van de aannemingsovereenkomst was de aannemer namelijk op de hoogte van de langere verwachte doorlooptijd voor de realisatie van de netaansluiting. Uit de nutsintake die voorafgaand aan de bouw met de netbeheerder had plaatsgevonden, bleek dat de netbeheerder vanwege het grote aantal aanvragen voor nieuwbouwaansluitingen en reguliere onderhoudswerkzaamheden aan het net een langere voorbereidingstijd nodig had. Daarnaast wist de aannemer dat eerst nog aanvullende hoofdinfrastructuur moest worden aangelegd voordat de elektriciteitsaansluiting kon worden gerealiseerd. Desondanks heeft de aannemer zich zonder enig voorbehoud verbonden om de bedrijfsunit, inclusief elektriciteitsaansluiting, binnen 200 werkbare werkdagen op te leveren. Door bovendien al met de bouwwerkzaamheden te beginnen, nam hij het risico dat de elektriciteitsvoorziening niet tijdig gereed zou zijn. Volgens de arbiters komt dit risico, gelet op de gemaakte afspraken en de omstandigheden, voor rekening en risico van de aannemer.
De aannemer heeft de netbeheerder per e-mail verzocht de werkzaamheden eerder uit te voeren. Toen vervolgens duidelijk werd dat de netbeheerder de aansluiting niet volgens de gewenste planning zou realiseren, heeft de aannemer de netbeheerder aansprakelijk gesteld. Volgens de arbiters waren deze stappen echter onvoldoende. Nadat het verzoek om versnelling geen resultaat had opgeleverd en de aansprakelijkstelling was afgewezen, had de aannemer verdere en meer concrete maatregelen moeten nemen om de netbeheerder tot tijdige nakoming te bewegen. Omdat hij dit heeft nagelaten, bleef de vertraging voor zijn rekening en risico. Ook het verzoek om de korting op de aannemingssom te matigen werd afgewezen. De arbiters namen in overweging dat de korting vooraf tussen partijen was overeengekomen, het bedrag relatief beperkt was en dat de opdrachtgever daadwerkelijk schade had geleden als gevolg van de vertraagde oplevering.
Les voor de bouwpraktijk
De uitspraak maakt duidelijk dat een beroep van de aannemer op overmacht bij vertraging in de realisatie van een netaansluiting niet zonder meer slaagt. Daarbij zijn met name van belang de afspraken tussen partijen, de voorzienbaarheid van de vertraging en de maatregelen die de aannemer heeft getroffen om een tijdige aansluiting te realiseren. Voor aannemers is het daarom essentieel om al vóór het sluiten van de aannemingsovereenkomst zorgvuldig te onderzoeken of een definitieve netaansluiting kan worden gerealiseerd en binnen welke termijn dit mogelijk is. Bestaat hierover onzekerheid, dan is het verstandig om in de overeenkomst expliciet vast te leggen wie het risico van een eventuele vertraging draagt. Daarnaast is een actieve houding van de aannemer tijdens de uitvoering belangrijk. Zo doet de aannemer er verstandig aan de netaansluiting tijdig aan te vragen, de opdrachtgever direct te informeren wanneer vertraging dreigt en, indien nodig, concrete maatregelen te treffen om de netbeheerder tot tijdige realisatie van de aansluiting te bewegen.
Deze uitspraak benadrukt dat het bij het gebruik van netaansluitingen in de bouw belangrijk is om een duidelijke contractuele risicoverdeling op te nemen en tijdig (juridische) maatregelen te treffen om rechten te bewaken. Wij adviseren u graag over passende contractuele afspraken voor uw bouwproject en over de maatregelen die kunnen worden genomen wanneer de realisatie van een netaansluiting vertraging oploopt. Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u contact opnemen met Sarah Beunke-Kneefel en René Musseaus.




Neem contact op