Agenderingsrecht aandeelhouders niet onbeperkt

Het agenderingsrecht van aandeelhouders gaat niet zo ver dat het de bevoegdheid van de AvA om over bepaalde onderwerpen te besluiten kan oprekken.

Agenderingsrecht

Een algemene vergadering van aandeelhouders (‘AvA’) wordt op grond van de wet bijeengeroepen door het bestuur of de raad van commissarissen (‘RvC’) van de vennootschap. Vanwege deze bevoegdheid tot bijeenroeping wordt de agenda van de AvA (en daarmee de te behandelen onderwerpen) ook vastgesteld door het bestuur of de RvC. En dus niet door de aandeelhouders. Op deze hoofdregel is een uitzondering gemaakt voor een aandeelhouder van een naamloze vennootschap die (of collectief van aandeelhouders dat) meer dan 3% van het geplaatst kapitaal in de vennootschap vertegenwoordigt. Aan deze aandeelhouder komt het agenderingsrecht toe, mits het gewenste agendapunt tijdig schriftelijk kenbaar wordt gemaakt.

Geschil over agenderingsrecht

Het agenderingsrecht stond recent weer ter discussie in een procedure tussen Boskalis Holding B.V. (‘Boskalis’) en Fugro N.V. (‘Fugro’). Boskalis houdt 28% van de aandelen in Fugro, een beursgenoteerde onderneming gespecialiseerd in bodemonderzoeken. Op enig moment stelde Fugro een beschermingsconstructie in op het niveau van twee dochtervennootschappen, waartegen Boskalis bezwaar had. Boskalis verzocht Fugro vervolgens de onmiddellijke beëindiging van deze beschermingsconstructie op de agenda van de AvA te plaatsen, hetgeen werd geweigerd door Fugro. Een kort geding en hoger beroep procedure waren het gevolg met als sluitstuk een procedure bij de Hoge Raad, In geen van deze procedures werd Boskalis in het gelijk gesteld.

Agenderingsrecht alleen over onderwerpen waar aandeelhouder over kan besluiten.

Dit hoeft op zich niet te verbazen omdat het uitgangspunt is dat het agenderingsrecht alleen toekomt aan een aandeelhouder als de AvA de bevoegdheid heeft om over dat onderwerp een besluit te nemen. Het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap, waartoe het optuigen van een beschermingsmaatregel moet worden gerekend, behoort in beginsel tot de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het bestuur en het bestuur is niet verplicht over deze onderwerpen de AvA te raadplegen. Vanuit deze optiek hoefde Fugro het verzoek van Boskalis dus niet te honoreren.

Agenderingsrecht verder opgerekt?

Boskalis betoogde echter dat een aandeelhouder (die over het vereiste minimumbelang beschikt) ook een agenderingsrecht heeft als de AvA niet de bevoegdheid heeft om over het betreffende onderwerp te besluiten, maar wel de bevoegdheid heeft om hierover een standpunt in te nemen, door een informele stemming of aanbeveling. Boskalis onderbouwt haar standpunt door te verwijzen naar een Europese Richtlijn uit 2007, waarmee beoogd is de (grensoverschrijdende) rechten van aandeelhouders van beursgenoteerde vennootschapen te beschermen. Daarin is bepaald dat het agenderingsrecht niet afhankelijk is van, en niet mag worden beperkt door, een voorafgaande toetsing door (het bestuur van) de vennootschap. Het betoog van Boskalis was echter tevergeefs. Volgens het Gerechtshof (en later ook de Hoge Raad) kan het agenderingsrecht niet zodanig ruim worden uitgelegd, ook niet met een beroep op de Europese Richtlijn, aangezien daarin geen ongeclausuleerd agenderingsrecht is opgenomen. Dit is niet anders indien verzocht wordt om het betreffende onderwerp als ‘punt ter informele stemming’ op de agenda te zetten.

Vragen?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Manon Dezentjé, advocaat ondernemingsrecht.