De handel in namaakproducten kan leiden tot gevangenisstraf

De meeste procedures over inbreukmakende producten zijn zogenaamde civiele procedures, die worden gevoerd tussen de beweerdelijk inbreukmakende partij en de rechthebbende. Maar onder bepaalde omstandigheden kan inbreuk op intellectuele eigendomsrechten ook tot strafrechtelijke vervolging leiden. Onlangs legde de rechtbank Midden-Nederland een gevangenisstraf van drie maanden op voor het op voorraad hebben van een grote hoeveelheid “merkproducten”.

Wat bepaalt het Wetboek van Strafrecht?

Artikel 337 van het wetboek van Strafrecht bepaalt dat onder meer het op voorraad hebben en verkopen van producten die inbreuk maken op bijvoorbeeld merkrechten of modelrechten, bestraft kan worden met een geldboete of een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Als men enkele inbreukmakende producten voor eigen gebruik in huis heeft, dan is dat niet strafbaar. Als men er daarentegen zijn beroep van heeft gemaakt om inbreukmakende producten te verhandelen of als er daardoor gevaar ontstaat voor personen of goederen, dan kan de gevangenisstraf oplopen tot ten hoogste vier jaar of kan er een geldboete worden opgelegd.

Omstandigheden in deze zaak

De verdachte in deze zaak werd verdacht van verschillende strafbare feiten. Zo achtte de rechtbank het bewezen dat hij een hoeveelheid hennep heeft bewerkt die ruim tienmaal zo groot is als wat een coffeeshop in voorraad mag hebben. Ook zijn er een patroonmagazijn van een pistool en patronen in zijn woning gevonden.

Daarnaast trof men in zijn gang, woonkamer en in een openstaande kast in de slaapkamer verschillende dozen aan. Daarin zaten onder meer jassen van The North Face, trainingspakken van Adidas, een horloge van Breitling, slippers van Dolce & Gabbana en parfumflesjes van een groot aantal bekende parfummerken als Chanel, Hugo Boss en Versace.

In het dossier zitten onder meer een verklaring van een juwelier die stelt dat de Breitling niet echt kan zijn en foto’s van merkloze dozen, terwijl volgens de inspecteur merkhouders altijd hun merk op de doos afbeelden. Ook zijn er aangiftes overgelegd van de coöperatieve verenigingen die optreden namens de merkhouders die wijzen op de inferieure kwaliteit van de gebruikte materialen, de onjuiste labels, de gebrekkige afwerking van de producten en serienummers die niet kloppen. Sommige doppen en spuitmondjes van de parfumflesjes zaten volgens een verklaring zelfs zo los dat ze spontaan van de flesjes afvielen. De verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht en wilde niet zeggen van wie hij de producten had gekocht.

Op basis van alle stukken acht de rechtbank het bewezen dat de verdachte inbreukmakende merkproducten op voorraad heeft gehad en legt zij (naast de straf voor de overige bewezen feiten) een gevangenisstraf op aan de verdachte van drie maanden.

De verdachte voerde nog aan dat hij in zijn verdediging was geschaad, omdat de producten inmiddels door het OM waren vernietigd. Hij had dus zelf geen onderzoek meer kunnen uitvoeren. Maar volgens de rechtbank heeft dat geen consequenties, ook omdat de verdachte in plaats daarvan vragen had kunnen stellen aan de rapporteur die verklaarde over de geconstateerde valsheid van de goederen.

Strafrechtzaken over inbreukmakende producten komen niet heel vaak voor, maar handel in namaakproducten kan dus verstrekkende gevolgen hebben!

Meer weten over (de bestrijding van) namaak? Neem dan contact op met onze gespecialiseerde IE-advocaten.

Foto: TheBo – Creative Commons licentie