Ook een beschrijvende handelsnaam kan op bescherming rekenen. Onlangs deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant een interessante uitspraak over de bescherming van dergelijke handelsnamen (Rb. Oost-Brabant 31 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2053). De voorzieningenrechter oordeelde dat makelaarskantoor Woonhub op basis van haar handelsnaamrechten op de beschrijvende handelsnaam succesvol kon optreden tegen het aannemersbedrijf WoonHub.
De voorzieningenrechter past een rechtsregel toe uit het arrest Dairy Partners van de Hoge Raad (HR 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:269). Die regel luidt samengevat dat ook voor inbreuk op beschrijvende handelsnamen alleen het vereiste van verwarringsgevaar doorslaggevend is: Er geldt voor deze handelsnamen geen zwaardere inbreuktoets dan voor fantasienamen. Hoe zit dat precies? Dat zetten we in deze blog uiteen.
De handelsnaam en het merk
In de eerste plaats is het goed om nog eens scherp te hebben wat de handelsnaam nu precies is. Een handelsnaam wordt vaak verward met een merk, maar juridisch zijn het twee verschillende rechten. Een merk dient om goederen of diensten van elkaar te onderscheiden. Een handelsnaam daarentegen onderscheidt de onderneming zelf en wordt bijvoorbeeld gebruikt op de facturen, website en op de gevel van het bedrijfspand. Dus waar Kitkat, Maggi en Nespresso merknamen zijn die producten onderscheiden, betreffen dit allemaal merken van de onderneming Nestlé, waarvan Nestlé de handelsnaam is.
Wel kán een onderneming haar handelsnaam ook als merk gebruiken voor producten of diensten. Denk bijvoorbeeld aan Spa, dat haar handelsnaam ook als aanduiding voor het door haar aangeboden mineraalwater gebruikt.
Beschrijvende handelsnamen
Ondernemers kiezen regelmatig een beschrijvende handelsnaam. Dit om de vindbaarheid van hun onderneming te vergroten of omdat het in één oogopslag duidelijk maakt wat ze aanbieden. Voorbeelden zijn Thuisbezorgd, Cheaptickets.nl en dus Woonhub.
Handelsnaaminbreuk? Verwarringsgevaar vereist
Om het gebruik van een handelsnaam door anderen te verbieden, moet sprake zijn van gevaar voor verwarring tussen de verschillende ondernemingen. De verwarring hoeft zich niet daadwerkelijk te hebben voorgedaan; gevaar voor verwarring is voldoende. Dit komt neer op de volgende vraag: Kan het publiek (consumenten, andere ondernemingen etc.) de ondernemingen met de vergelijkbare handelsnamen met elkaar verwarren of denken dat ze aan elkaar gelieerd zijn? Om dit “verwarringsgevaar” te beoordelen moeten volgens de wet en vaste rechtspraak alle relevante omstandigheden van het geval worden meegewogen. Te denken valt aan de aard en vestigingsplaats van de ondernemingen, de visuele manier waarop de handelsnamen gebruikt worden en hoe sterk de naam geassocieerd wordt met een bepaalde onderneming (onderscheidend vermogen).
Dairy Partners: Inbreukcriterium beschrijvende handelsnamen
In het arrest Dairy Partners heeft de hoogste Nederlandse rechter geoordeeld dat ook bij beschrijvende handelsnamen het verwarringsgevaar, beoordeeld in het licht van alle relevante omstandigheden van het geval, het enige inbreukvereiste is. Er gelden geen bijkomende omstandigheden, zoals eerder werd gedacht. Bij de beoordeling van het verwarringsgevaar dient in het geval van beschrijvende handelsnamen wel rekening te worden gehouden met de “vrijhoudingsbehoefte”. Zo’n vrijhoudingsbehoefte heeft dus niet automatische tot gevolg dat de beschrijvende handelsnaam niet is beschermd. Als de specifieke omstandigheden in die situatie ertoe leiden dat er (ongeoorloofd) verwarringsgevaar tussen de ondernemingen te duchten valt kan dit wél. Dit zien we ook terug in Woonhub / WoonHub.
Woonhub / WoonHub
De rechter stelt voorop dat de naam Woonhub deels beschrijvend is door het element “woon”. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat de handelsnamen Woonhub en WoonHub auditief, en visueel nagenoeg identiek zijn, de ondernemingen allebei in de onroerendgoedmarkt opereren en zij in dezelfde regio en via internet actief zijn. De rechter omschrijft hier dus allemaal omstandigheden die verwarringsgevaar tussen Woonhub en WoonHub opleveren. Onder die omstandigheden vindt de voorzieningenrechter dat Woonhub in deze situatie tegen het gebruik van WoonHub beschermd moet worden, omdat verwarringsgevaar tussen de ondernemingen van partijen te duchten is. Dat Woonhub (deels) beschrijvend is (en dat er een vrijhoudingsbehoefte meeweegt) doet daar niet aan af. WoonHub moet het gebruik van de handelsnaam daarom staken, aldus de voorzieningenrechter.
Hoewel dat in het vonnis niet erg expliciet naar voren komt, lijkt de afweging van de voorzieningenrechter te zijn dat er in deze kwestie zulke verwarring(sgevaar)wekkende omstandigheden spelen, dat de vrijhoudingsbehoefte daar gezien het gewicht en de omvang van die omstandigheden ook niet tegen opweegt.
Aanvullende bescherming via onrechtmatige daad
Interessant is dat de voorzieningenrechter ook wijst op een vangnet buiten de Handelsnaamwet. Als de Handelsnaamwet geen uitkomst biedt (bijvoorbeeld omdat het gebruik dat wordt aangevochten niet strikt als handelsnaamgebruik kwalificeert), kan artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) alsnog bescherming bieden. Dat betekent dat ook gebruik van een naam in bijvoorbeeld een domeinnaam onrechtmatig kan zijn, als dit verwarring veroorzaakt.
Conclusie
Kortom, ook de beschrijvende handelsnaam kán beschermd zijn ondanks het bestaan van de vrijhoudingsbehoefte, zolang er maar voldoende aanknopingspunten zijn voor verwarring bij het publiek. De waarde van de beschrijvende handelsnaam moet dus niet onderschat worden.
Meer info nodig over de bescherming van een handelsnaam?
Meer weten of hulp bij de bescherming van je beschrijvende handelsnaam? Neem dan gerust contact op met ons IE-team.




Neem contact op