In een eerder blog schreef ik over het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:186) dat een toegepaste bollenplaatvloer geen ernstig gebrek opleverde in de zin van § 28 lid 2 sub b UAV-GC. De gebouweigenaar had daarom niet tijdig zijn rechtsvordering ingesteld zodat de aannemer volgens het Gerechtshof niet meer aansprakelijk kon worden gehouden. De Procureur-Generaal ging in zijn advies (ECLI:NL:PHR:2026:272) aan de Hoge Raad mee met het oordeel van het Gerechtshof. Lees hier mijn eerdere blog
Inmiddels heeft de Hoge Raad anders geoordeeld dan het advies van P-G (ECLI:NL:HR:2026:1560). De HR vindt dat het Gerechtshof de vraag of instortingsgevaar (ex § 28 lid 2 sub b UAV-GC) voordoet, niet had mogen beoordelen met inachtneming van de maatregelen die reeds getroffen waren om instortingsgevaar te voorkomen.
De HR heeft de zaak verwezen naar een ander Gerechtshof. Wordt vervolgd dus.




Neem contact op