Wanneer iemand als zelfstandige wordt ingehuurd, betekent dit niet automatisch dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Als de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria van een arbeidsovereenkomst, terwijl partijen de arbeidsrelatie als overeenkomst van opdracht hebben vormgegeven, is sprake van schijnzelfstandigheid.
Hoewel de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer actief handhaaft op schijnzelfstandigheid, bestaat nog altijd onduidelijkheid over de vraag onder welke omstandigheden iemand daadwerkelijk als zelfstandige kan worden aangemerkt. De voorgestelde Zelfstandigenwet moet hier vanaf 2028 verandering in brengen. Het wetsvoorstel introduceert een nieuwe systematiek waarmee zelfstandigen en opdrachtgevers beter kunnen beoordelen of sprake is van zelfstandig ondernemerschap.
De Zelfstandigenwet
De voorgestelde beoordeling bestaat uit twee afzonderlijke toetsen:
- de zelfstandigentoets; en
- de werkrelatietoets.
Aan beide toetsen moet worden voldaan om zekerheid te krijgen dat de werkzaamheden daadwerkelijk als zelfstandige worden verricht. Voldoet een zelfstandige niet aan één van deze toetsen, dan kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat geval moet de arbeidsrelatie alsnog worden beoordeeld aan de hand van de huidige criteria, welke staan beschreven in onze eerdere blog.
Hieronder worden beide toetsen toegelicht en wordt ingegaan op de praktische gevolgen van de voorgestelde wet voor zelfstandigen en opdrachtgevers.
Zelfstandigentoets
De zelfstandigentoets kijkt naar de persoon van de zelfstandige en hoe hij zich in het economisch verkeer gedraagt. De zelfstandige dient aan onderstaande criteria te voldoen.
- De zelfstandige voldoet aan de basisvoorwaarden om als zelfstandige te kunnen werken:
- een KvK- inschrijving;
- btw-nummer;
- aparte rekening voor zakelijke transacties;
- is zelf verantwoordelijk voor de facturatie (mag door een ander worden uitgevoerd);
- hanteert een betalingstermijn voor klanten en opdrachtgevers; en
- verricht zelf betalingen aan derden en kan aangesproken worden op te late betaling.
- Meerdere opdrachtgevers: de zelfstandige heeft in het lopende kalenderjaar en het vorige kalenderjaar in totaal ten minste 3 verschillende opdrachtgevers of klanten gehad.
- De zelfstandige besteedt jaarlijks een x-bedrag aan voorzieningen tegen risico’s die horen bij het werken als zelfstandig ondernemer. Nog onduidelijk is hoe hoog dit bedrag is en welke voorzieningen hieronder worden verstaan. De navolgende voorzieningen tellen hierbij (mogelijk) mee:
- een verzekering voor (langdurige) arbeidsongeschiktheid;
- een voorziening voor (kortdurende) ziekte;
- een pensioenvoorziening of pensioensparen in een tweede of derde pijler;
- bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering;
- bedrijfsschadeverzekering;
- beroepsaansprakelijkheidsverzekering; en
- rechtsbijstandverzekering voor bedrijven.
Werkrelatietoets
De werkrelatietoets ziet op de vrijheid van een zelfstandige (diens onafhankelijkheid, en dus ontbreken van het ‘gezag’) binnen een opdracht. Er dient te worden voldaan aan onderstaande criteria.
- Zowel de opdrachtgever als de zelfstandige hebben de wil om te werken buiten een arbeidsovereenkomst.
- De zelfstandige is vrij om te bepalen hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd. De opdrachtgever mag wel instructies geven over het wat.
- De zelfstandige is vrij om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd. Er zijn twee uitzonderingen hierbij:
- Locatiegebonden werk: werk dat fysiek nergens anders kan worden verricht.
- Tijdsgebonden werk: werk dat alleen op bepaalde momenten mogelijk is.
- De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico.
a) De zelfstandige kan economische baten genieten.
b) De zelfstandige loopt financiële risico’s bij verrichte arbeid.
Let op: de Zelfstandigenwet is tot 29 oktober 2026 in internetconsultatie. Het is mogelijk dat dit wetsvoorstel nog wordt aangepast.
Huidige beoordeling en tips
Mocht de zelfstandige niet voldoen aan de zelfstandigentoets of de werkrelatietoets, dan ontbreekt de zekerheid die de Zelfstandigenwet zou moeten bieden. Om in dat geval alsnog te bepalen of sprake is van een schijnzelfstandigheid, wordt teruggevallen op de huidige beoordeling. Voor de huidige beoordeling wordt verwezen naar onze eerdere blog, waarin ook tips worden gedeeld om de kans op schijnzelfstandigheid te beperken.
Voor nu adviseren wij om bij de beoordeling van arbeidsrelaties uit te gaan van de huidige beoordeling, onze tips in onze eerdere blog op te volgen en de ontwikkelingen rondom de Zelfstandigenwet in de gaten te houden.
Heeft u vragen over schijnzelfstandigheid of andere vragen over het arbeidsrecht, neem dan gerust contact op met een van onze advocaten van het team Arbeidsrecht.




Neem contact op