Sportverenigingen zijn vaak afhankelijk van vrijwilligers. Meestal wordt hiervoor een vrijwilligersvergoeding toegekend. In sommige gevallen kan de relatie tussen vereniging en trainer echter als arbeidsovereenkomst worden gekwalificeerd. Een recente uitspraak over een hockeytrainer laat zien waar de grens ligt tussen het zijn van vrijwilliger en werknemer.
Casus
De trainer was actief voor een hockeyvereniging:
- Van 2015 tot medio 2016 op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst als trainer/coach.
- Na medio 2016 trainde hij verschillende teams, met jaarlijkse afspraken over vergoedingen. Een nieuwe schriftelijke overeenkomst bleef uit.
- In 2022 werden afspraken vastgelegd over vergoedingen voor trainerswerkzaamheden en juniorentrainingen.
- In 2025 stelde de trainer bij de kantonrechter dat hij werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst, en vorderde betaling van achterstallig loon en een billijke vergoeding van in totaal circa € 125.000 bruto.
Rechtsvraag
De rechter dient te bepalen of tussen de trainer en de vereniging na medio 2016 een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 Burgerlijk Wetboek) bestaat. Artikel 7:610 BW heeft een dwingend karakter. Dat betekent dat partijen niet vrij zijn om zelf te bepalen of hun arbeidsrelatie wel of geen (mondelinge) arbeidsovereenkomst is. Ook als zij de relatie aanduiden als “vrijwilligerswerk”, kan de rechter toch oordelen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als aan de wettelijke criteria wordt voldaan. Om een arbeidsrelatie als arbeidsovereenkomst aan te merken, moet deze aan drie eisen voldoen:
- de werknemer verricht persoonlijke arbeid voor de werkgever (arbeid);
- de werkgever betaalt de werknemer loon voor de verrichte arbeid (loon); en
- er bestaat een gezagsverhouding tussen de werkgever en de werknemer (gezag).
Het antwoord op deze vraag bepaalt of er recht op loon, ontslagbescherming en andere werknemersrechten bestaan.
Oordeel rechter
De rechter heeft aan de hand van voorgenoemde criteria geoordeeld dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. In het kort kwam de rechter tot onderstaand oordeel.
Persoonlijke arbeid
Het uitgangspunt was dat de hockeytrainer de werkzaamheden persoonlijk en voor het gehele seizoen verrichte. Om die reden is sprake van het verrichten van persoonlijke arbeid.
Loon
De trainer heeft een deel van zijn werkzaamheden onbetaald uitgevoerd; volledig als vrijwilliger. De vergoedingen die de vereniging wel betaalde, vielen steeds binnen de fiscale grenzen voor vrijwilligersvergoedingen. Daarnaast werd in de communicatie tussen de trainer en de vereniging consequent gesproken over vrijwilligers‑ of trainersvergoedingen, niet over loon of salaris. Kortom, de rechter concludeerde dat niet is voldaan aan de criteria ‘loon’.
Gezag
De trainer had volledige vrijheid bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. Er was geen sprake van een hiërarchische aansturing of instructiebevoegdheid vanuit de verenging. De trainer stelde de trainingen zelfstandig samen en werd er geen toezicht gehouden op de wijze waarop hij dat deed. Kortom, de rechter concludeerde dat niet is voldaan aan de criteria ‘gezag’.
Aangezien niet is voldaan aan de criteria loon en gezag, bestaat er geen arbeidsovereenkomst tussen de vereniging en trainer. De vorderingen van de trainer werden afgewezen.
Lessen voor in de praktijk
De juridische kwalificatie of sprake is van een arbeidsovereenkomst hangt af van de feitelijke uitvoering van de relatie, niet van de titel van de overeenkomst. Indien een arbeidsovereenkomst niet gewenst is, adviseren we om onder meer de:
- vergoeding binnen de fiscale grenzen van de vrijwilligersvergoeding te houden;
- vergoeding als vrijwilligersvergoeding te communiceren en vast te leggen; en
- mogelijkheid tot uitoefening van gezag te beperken, bijvoorbeeld door terughoudend te zijn met aansturing, toezicht of evaluaties.
Heeft u vragen over de kwalificatie van de werkrelatie met een trainer of andere vrijwilliger? Neem dan vooral contact op met ons Team Arbeidsrecht.




Neem contact op